1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA  Den Haag
 
 
Datum 18 augustus 2009
Betreft Kamervragen over beleid inzake omrasterd terrein in relatie tot dieren in
het wild/gehouden dieren

   
Natuur, Landschap en Platteland
Biodiversiteit
Prins Clauslaan 8
Postbus 20401
2500 EK  Den Haag
www.minlnv.nl
 
T 070-378 6868
M 070-378 6113
 
 
Onze referentie
DN.2009/1277
Uw referentie
2009Z10331
 
Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op Kamervragen van lid Thieme (PvdD) over het beleid
inzake omrasterd terrein in relatie tot dieren in het wild/gehouden dieren.  
 
1
Kent u het bericht ‘Herten zijn het haasje’?1)
 
Ja.
 
2  
Deelt u de mening dat een 2,5 meter hoog damhertkerend hek op de juiste plaats
een afdoende en bewezen oplossing is om de verkeersveiligheid te waarborgen en
eveneens te voorkomen dat dieren bollenvelden of andere schadegevoelige
percelen betreden? Zo nee, waarom niet?

 
De Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) zijn op dit moment niet geheel
omrasterd. Het plaatsen van een damhertkerend raster op strategische plaatsen
kan in sommige gevallen een oplossing zijn om de verkeersrisico’s in te perken en
schade aan landbouwgewassen en tuinen te voorkomen. Om vrije uitwisseling
binnen de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) mogelijk te maken is het beleid om
barrières, waar mogelijk, op te heffen. Binnen dit ontsnipperingsbeleid past het
niet om de AWD volledig te omrasteren. Daarnaast lijkt mij het plaatsen van een
2,5 meter hoog damhertkerend raster visueel gezien onwenselijk voor het
landschap.
 
3
Deelt u de mening dat in de 3500 ha van de Amsterdamse Waterleidingduinen
(AWD) een volwaardige damhertpopulatie zich duurzaam kan handhaven? Zo nee,
waarom niet en hoe verhoudt zich dat tot de conclusie van Alterra (rapport 1198)
dat het niet noodzakelijk is voor het damhert om natuurverbindingen te
realiseren?

 
Ik constateer dat Alterra vanuit populatiedynamisch oogpunt geen noodzaak ziet
voor een natuurverbinding tussen AWD en Zuid-Kennermerland onder meer
omdat er sprake is van een beperkte uitwisseling. Verder geeft Alterra in haar
rapport Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid,
aan dat, in het geval er een ecologische verbinding komt, het beheer van Zuid-
Kennermerland en AWD beter op elkaar afgestemd dienen te worden.  
Het is aan de provincie en betrokken partijen om te bezien welke vorm van
(populatie)beheer het beste past voor de AWD en aangrenzende natuurterreinen.  
 
4 en 5
Is de vrees terecht dat indien de AWD volledig wordt omrasterd er ingevolge de
nota Jacht en wildbeheer 2) gesproken moet worden van gehouden dieren,
waardoor de dieren onder andere geïdentificeerd en geregistreerd moeten worden,
of legt u de nota anders uit? Zijn er omrasterde percelen die minder groot zijn dan
3500 ha waar herten niet worden beschouwd als gehouden dieren? Kunt u
specifiek zijn in uw antwoord en daarbij behorende overwegingen?

 
Indien de damherten in beginsel als gehouden dieren moeten worden beschouwd
wanneer de AWD wordt omrasterd met damhertkerende hekwerken, bestaat er
dan de mogelijkheid om een ontheffing van dat principe te verkrijgen? Zo ja, waar
moeten omrasterde terreinen aan voldoen opdat de dieren binnen de hekwerken
als dieren in het wild gezien worden? Zo nee, waarom niet, en hoe verhoudt uw
standpunt zich tot de nota Jacht en wildbeheer?
 
Van bovenstaande is geen sprake omdat de Amsterdamse Waterleidingduinen
waarschijnlijk niet volledig omrasterd zullen gaan worden.  
 
Van belang blijft - ook in volledige omrasterde terreinen - dat er een volwaardige
en duurzame populatie damherten zich in een gebied zich kan handhaven. 

Hiervoor moet er voldoende voedselaanbod in het terrein zijn en het terrein moet
van voldoende omvang zijn. Indien dat niet het geval is, zal populatiebeheer aan
de orde zijn. Zoals eerder aangegeven is de provincie bevoegd om hierover een
besluit te nemen.
 
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
 
G. Verburg
 
 
1) Haarlems Dagblad, 12 mei 2009
2) Kamerstuk 22 980, nr. 1-2