1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9

Het algemene beeld van de Oostvaarderplassen (OVP) was dat de herten in een paradijs leven met veel voedsel en rust beide in extreme overvloed. Geweldige geweien en herten in blakende gezondheid. Schitterende foto's o.a. van Dick van den Hoorn illustreerden dat regelmatig in het vereningsblad Het Edelhert.

Afgelopen winter werd dit beeld voor vele abrupt verstoord. Een artikel in het Algemeen Dagblad met melding van 120 door honger gestorven herten. Dit bleek later sterk overdreven te zijn. Op dat moment bleek het uitval*, ongeveer 30 herten te zijn geweest. Dit doet op zich niet af aan het feit, dat er zo'n 3% van de herten door voedselgebrek en vervolgens door uitputting gestorven zijn. Oorzaak: Staatsbosbeheer (SSB) voert een beleid uit dat de natuurlijke situatie nastreeft, waarbij ingrijpen door de mens niet past.

Er werd vanuit de vereniging aan het bestuur verzocht dit hertenleed aan de kaak te stellen.

In de hedendaagse maatschappij is in alle redelijkheid geen ruimte meer voor verhongering. Een vergelijking met Afrika wordt door SSB snel gemaakt. De natuur gaat daar zijn gang en dat kan soms tot medelijden wekkende situatiesleiden. Dat kan zijn door voedselgebrek of door jacht van predatoren. De natuur kan wreed zijn. Maar zolang we invloed op die natuur kunnen uitvoeren om tot mindere wrede situatie te komen, dan moeten wij dat niet nalaten. Dit hangt samen met de mate van beschaving. Men zegt ook wel: "De beschaving van een volk is af te lezen uit de wijze waarop men met de dieren omgaat." En wij zien onszelf toch als beschaafd.

De voorstanders van het beleid in de OVP willen de natuur daar zoveel mogelijk haar eigen gang laten gaan en in principe niet ingrijpen. Een uniek experiment, die door de wetenschappers met veel belangstelling wordt gevolgd. Geen getalsmatig beheer afgestemd op de hoeveelheid ruimte, rust en voedsel, geen grondwaterpeil regulatie, geen gezondsheidzorg voor gewonde dieren. Beheer volgens de ethische richtlijnen en alleen afschot plegen als er sprake is van uitzichtloos lijden. Dus bijvoorbeeld als er geen kans meer is om de winter te overleven. Maar moeten de dieren eerst interen en creperen en krijgen ze dan alleen nog een 'genade'-schot of wordt er preventief ingegerepen om juist het interen en magere en zielige herten tegen te gaan, of te wel het uitvoeren van populatiebeheer. Helaas is dit het geval. Is die kans er wel ook als het maar in de geringste mate is, dan mag van SBB het hert tegen de hongersdood vechtend proberen het voorjaar te halen. Een nobel streven om het dier te laten leven of een gevoelloos experiment om het hert de uiterst kleine kans te gunnen te kunnen overleven? Maar moeten we het zover laten komen? Volgens tegenstanders van het OVP-beleid niet. Juist als het dierenwelzijn in het geding komt. Er is geen echte natuur meer. Als de OVP geen echte natuur zijn, hoe groot moet het gebied dan zijn om van de critici het predikaat "natuur" te krijgen?, vraagt Jan Griekspoor, terreinbeheerder in de OVP zich af.

Image

Het grondwaterpeil is een meter gezakt. Op zich geen echt probleem: meer (moeras-)gebied valt droog en de klei voorziet door capilaire werking de vegatatie van voldoende water om niet te verdorren.

Image

Feit is wel, dat er eigenlijk nergens meer echte natuur meer is, waar de flora en fauna zonder inmenging van de mens echt zijn gang kan gaan. Er is altijd onnatuurlijke invloed. Zeker in Nederland, de bossen op de Veluwe aangelegd t.b.v. de mijnbouw en houtproductie voor andere doeleinden. Weilanden, parken, akkers en polders aangelegd, duinen beplant en in standgehouden. De OVP is ingepolderd, ingerasteerd en zijn een drietal grazers bij elkaar gezet om op een natuurlijke manier het gras voor de ganzen kort te houden

Image

In de zomer is er voldoende voedsel.

Image

Opvallend is dat op 21 augustus de hertengeweien nog steeds in bast zijn.

Met andere woorden wij zijn verantwoordelijk voor de ontstane situatie en moeten indien nodig ingrijpen. Dat kan met name zijn getalsmatige beheer afgestemd op de draagkracht van het gebied. Anders gezegd, het aantal dieren afstemmen op het beschikbare voedsel, zodat de aanwezige grazers tijdens een groot deel van het voldoende voedsel hebben om de winter te overbruggen. Interen in de winter is okay, maar niet verhongeren! Een pony laten we toch ook niet verhongeren in de wei en als onze kinderen ziek zijn gaan we toch ook naar de dokter. We gaan dan toch ook niet kijken wat er gebeurd als we niet ingrijpen


Hoe en wanneer er ingegrepen worden in de gebieden van SBB is vastgelegd in de ethische richtlijnen voor het omgaan met zelfstanig levende dieren in de terreinen van SBB. Hierin staat o.a. dat "indien de beheerder geconfronteerd wordt met een gewond of ziek dier of door anderen erop gewezen wordt dat een dier in zijn terrein ziek of gewond is, dan grijpt hij alleen in als aangenomen mag worden dat de voordelen van ingrijpen opwegen tegen de nadelen van ingrijpen (voor het dier)".

Geen vuiltje aan de lucht lijkt zo. Waarom lopen er dan toch van die verzwakte dieren in eind maart rond? Het afschot vindt zo veel mogelijk plaats aan de einde van de winter. De metabolisme (stofwisseling) schijnt dan zo laag te zijn, dat de herten weinig alert zijn en er apathisch bijstaan. Ideaal om van dichtbij afschot te plegen zonder verontrusting van de rest van de herten. Maar waarom lukt dat niet afdoende? Kan er niet 1 of 2 maanden eerder begonnen worden met afschieten? En waarom staan de herten er zo apatisch bij? Kan niet een deel van de herten, waarbij al zichtbaar is, dat ze het moeilijk gaan krijgen eerder afgeschoten worden en daarmee heel wat dieren- en mensenmedelijden voorkomen kunnen worden. Is dat dan niet een beter moment?

Hier is waarschijnlijk een mogelijkheid om de voor- en tegenstanders van het "euthanesiebeleid" met elkaar in overeenstemming te brengen. Gelukkig blijkt dat gedurende het jaar, indien nodig, wél afschot gepleegd wordt. Zo werd half augustus nog een aantal zwakke hertenkalveren geschoten. Die zullen een maand of drie of vier oud geweest zijn. Het was noodzakelijk afschot en SBB heeft deze jonge herten zeker niet te lang door laten sukkelen.


Image

Image

De verzwakte herten, gefotografeerd in maart 2003, kregen trouwens ook van SBB het predikaat "noodzakelijk afschot" en zijn dan ook kort na daarna geschoten. Er werd dus niet helemaal afgewacht tot de dieren letterlijk omvielen van de honger.

Image

Maar kunnen we deze situatie niet bij voorbaat vermijden? Dus ervoor zorgen dat er genoeg voedsel cq. niet teveel herten zijn? Getalsmatig beheer d.m.v. wegvangen, geboortebeperking of afschieten zijn dan oplossingen. De ethische richtlijnen zegt letterlijk: "De omvang van de populatie van de verschillende diersoorten wordt door de beheerder zodanig gereguleerd, dat de draagkracht van het terrein niet overschreden wordt". Verder staat er dan er sprake mag zijn van "Het maximale aantal dieren, dat zonder grote problemen, zoals ziekte en ernstige honger en zonder het terrein ernstig aan te tasten, gedurende lange tijd in een terrein kan leven." Hier zit een verschil in interpretatie met name in de definitie van draagkracht.

SSB vindt dat draagkracht van een terrein voldoende is, indien het totaal van voedsel op jaarbasis genoeg is om het merendeel van de dieren in leven te houden. Er wordt echter voorbij gegaan aan het kunnen vinden van het voedsel en dat het aanbod van voedsel niet gelijkmatig verdeeld is over het hele jaar.

In het najaar zijn de herten na de bronst verzwakt en vermagerd. Gewichtsvermindering van 25% is mogelijk en niet bij voorbaat teveel. Er is dan vervolgens te weinig voedsel te vinden om voldoende aangesterkt de winter in te gaan. Er wordt verder ingeteerd op de reserves. In maart en april is dan het zwaarst voor de herten. Nog geen voedsel te vinden en al de reserves opgebruikt. In aril begint langzaam weer wat gras te groeien, maar mineralen zijn nog niet beschikbaar. Juist die mineralen zijn nu hard nodig voor het de opbouw van het nieuwe gewei. De noodzakelijke stoffen worden onttrokken uit o.a de botten van het hert, zonder dat er al inname plaatsvindt.

Zelfs een crashsituatie, die volgens SBB onaanvaardbaar is, waarbij een groot dele van de populatie sterft, is niet geheel denkbeeldig. De natuur krijgt door intensieve begrazing steeds minder gelegenheid te herstellen na begrazing. Een droge zomer versterkt dit proces. Jonge boompjes worden opgegeten voordat ze een wezenlijke voedselbijdrage kunnen geven.

Image

Image

Ook volwassen bomen delven steeds meer het onderspit. De boom zoals de Vlier, wordt geschild en sterft.
Een andere veel voorkomende boom, de wilg, is aangetaste door Watermerk, een zwamachtige ziekte die het vochttransport in de boom stillegt.

Image

Het spanningsveld ligt op punt van draagkracht van het gebied. SBB zegt dat de grens nog niet bereikt is. Tegenstanders zeggen van wel: "Kijk naar de uitval"

Hoe gebeurt het beheer in de praktijk?

Image

Dagelijk schijnt er geteld en geobserveerd te worden. Hier bijvoorbeeld in het gebied tussen het droge en het moerasgedeelte. Veeartsen zien wekelijk toe op het welzijn van de dieren. Een commissie Grote Grazers controleert het gevoerde beleid. Toezicht en bewuste begeleiding is er wel, ingegrepen wordt in principeel alleen bij uitzondering. Men laat naar eigen zeggen de dieren niet lijden. Toch is niet iedereen daar zo zeker van.

Wij houden u op de hoogte hoe het verder gaat met de herten in de OVP.

Uitval*: een term die door Staatsbosbeheer gehanteerd wordt voor het sterven van de herten door o.a.verhongering en door afschot van sterk verzwakte of zich niet normaal gedragende herten.