1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42

Elke winter lopen vele dieren de kans een hongerdood te sterven in de Oostvaardersplassen als er te weinig voedsel is voor alle dieren en ze het gebied niet uit kunnen. Dierenartsen, verenigd in de KNMvD, zien het als hun verantwoordelijkheid op te komen voor de gezondheid en het welzijn van deze dieren en pleiten voor ingrijpen in de Oostvaardersplassen om het dierenleed te stoppen.

Onnodig lijden
De Oostvaardersplassen (OVP) zijn een uniek natuurgebied waar Heckrunderen, Konikpaarden en Edelherten het grootste gedeelte van het jaar een goed bestaan hebben waarin aan veel van natuurlijke behoeften wordt voldaan. Aan het einde van strenge winters wordt de draagkracht van het gebied echter overschreden. Er is niet genoeg voedsel aanwezig voor de hele populatie waardoor veel dieren sterven van de honger. Hierdoor lijden dieren onnodig.

Zorgplicht
De KNMvD is van mening is dat er een zorgplicht is ten opzichte van de grote grazers in de OVP. Deze dieren zijn hier namelijk door de mens neergezet en kunnen onder barre omstandigheden niet migreren naar elders, wat ze in de vrije natuur wel zouden doen. Moreel gezien moeten de grote grazers in de OVP volgens de KNMvD beschouwd worden als gehouden dieren en heeft ieder dier afzonderlijk een intrinsieke waarde. Dit levert een spanningsveld op met het ecologisch beheer van Staatsbosbeheer waarbij er zo min mogelijk wordt ingegrepen in natuurlijke processen. Wat de KNMvD betreft mag de zorgplicht voor het welzijn en de gezondheid van het individuele dier niet ten koste gaan van het doel van het natuurgebied.

Actief getalsmatig beheer
De vraag is nu hoe deze zorgplicht het best kan worden ingevuld om ook op de lange termijn het welzijn van de dieren in de OVP te waarborgen. Dat is een lastig vraagstuk waarover ook onder dierenartsen veel discussie is. Deskundigen zijn het er over eens dat afschot daarvoor een goede methode is. Moeilijker is het om aan te geven hoe het beheer optimaal zou moeten worden ingevuld en wanneer het afschieten van dieren dan zou moeten plaatsvinden. De KNMvD is van mening dat dit in ieder geval in een eerder stadium zou moeten gebeuren dan nu het geval is om onnodig lijden te voorkomen. De KNMvD is voorstander van actief getalsmatig beheer, waarbij naast proactief afschot mogelijk ook andere beheersmaatregelen zouden kunnen worden ingezet.

Proactief afschot houdt in dat vóór de winter een aantal dieren wordt afgeschoten waardoor de overlevingskansen van de overgebleven dieren zullen stijgen en hun welzijn zal verbeteren. Het vlees van deze gezonde dieren zou daarbij wellicht bestemd kunnen worden voor humane consumptie.

Uitkomst ledenraadpleging
Uit een ledenraadpleging is gebleken dat een ruime meerderheid van de dierenartsen deze visie ondersteunt. In feite komt hiermee wat de KNMvD betreft een eind aan de huidige vorm van natuurlijk beheer van de OVP.

bron: KNMvD, 30 oktober 2010

Klik hier voor het volledige standpunt van de KNMvD