1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9

Image

Kleinste hertensoort, gewicht 9-18 kg

Schouderhoogte: 42-53 cm

Kleur: bruin

Komt voor: op de Veluwe, zeer zeldzaam

Aantal: onbekend, waarschijnlijk (nog) niet meer dan enkele tot ca. 15 stuks


Nadere kennismaking met de Muntjak, nederlands kleinste hertensoort

Het Muntjak, ook wel genoemd het Blafhert, een hertensoort uit het verre Oosten.
Weinigen op de Veluwe hebben er ooit een gezien, maar dat zegt niet alles. In 1998 heeft deze kleine hertensoort zijn intrede gedaan in ons land.
In de Achterhoek, op de Veluwe en in Voornse duinen zijn muntjaks in 2002-2004 waargenomen die hoogstwaarschijnlijk zijn illegaal zijn uitgezet of zijn ontsnapt. De laatste jaren komen er echter geen meldingen meer binnen.

Image
De muntjak is een kleine hertensoort met een schouderhoogte van 42-53 cm en een gewicht van 9-18 kilo. In de bovenkaak zijn de hoektanden uitgegroeid tot slagtanden, die bij de bok een paar centimeter lang kunnen worden en dan buiten de lippen uitsteken. Het geweitje van de bok heeft slechts één vertakking vlak boven de vrij hoge en behaarde rozenstokken. De kleur van de vacht is kastanjebruin met een kleine witte spiegel, die door een staart van 9-17 cm wordt bedekt. Typisch voor de muntjak is de hoge ronde rug. Van oorsprong komt deze primitieve hertensoort voor in Zuid- en Zuidoost Azië, waar ze in heuvelterrein en bergland leven. Er zijn diverse ondersoorten, maar de muntjaks die in Europa aanwezig zijn komen oorspronkelijk uit China en zijn dus gewend aan een vergelijkbaar klimaat.
In Engeland werden ze in 1901 werden ingevoerd door een Lord die als hobby vele hertensoorten in een groot park (Woburn) hield. Daar zijn enkele dieren ontsnapt en nu leven ze in een steeds groter wordend gebied van gemengdbos, waar zij zich uitstekend kunnen verbergen. Inmiddels is de stand in Engeland uitgegroeid tot ca. 200.000 stuks, en met lokale dichtheden van 100 muntjaks per 100 ha.
De muntjaks zijn 's nachts en overdag actief, maar door hun leefwijze worden ze niet snel waargenomen.
Ze leven solitair of in kleine familiegroepjes en na een draagtijd van 30 weken, heel lang dus voor zo'n klein dier, wordt een kalfje geboren, waarna de geit weer direct bronstig wordt. De soort kan zich dan ook behoorlijk snel uitbreiden.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit grassen en kruiden, jonge scheuten, bladeren en knoppen van struiken en bramen. Het heeft dus een overlap met het voedsel van het ree.
Muntjakbokken kunnen een lang aanhoudend blafgeluid uitbrengen, daarom worden ze ook wel "blafherten" genoemd.

Nu deze hertensoort zich in Nederland lijkt te vestigen betekent dit dat onze inheemse fauna en met name het ree hier een voedselconcurrent bij krijgt.
In het algemeen is het ongewenst dat uitheemse diersoorten op onnatuurlijke wijze binnendringen in een nieuw leefgebied. De problemen met de muskusrat en de beverrat zijn bekend en de vraag is wat een Zuid-Aziatisch hertje toevoegt aan onze inheemse fauna.
In Engeland breiden zij zich nog steeds verder uit en er zijn al signalen dat hoge dichtheden muntjaks in staat zijn reeën te verdringen uit hun leefgebied.

Muntjaks worden niet beschermd in de Flora- en Faunawet.
Door de provincies kunnen aanwijzingen worden gegeven deze dieren af te schieten.
Om een beter beeld te krijgen van de verspreiding van deze hertjes, is het van belang dat waarnemingen worden doorgegeven aan het secretariaat van de Vereniging het Reewild.
Dus ziet U een muntjak, meldt het aan of E-mail het naar: info@spekfauna-advies.nl