1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8

Zaterdag 3 februari 2018


Elk jaar kijkt een groot deel van de leden van onze vereniging uit naar een evenement dat naar mijn bescheiden mening uniek mag heten in zijn soort en dus komt ook dit jaar weer een letterlijk en figuurlijk geselecteerd gezelschap op zaterdagmorgen 3 februari ’s morgens om elf uur opdraven. Dit jaar is door onze gids Olinda het prachtige gebied van de landgoederen Welna en Tongeren uitgekozen en de plaats van samenkomst bepaald, hetgeen betekent dat degene die zich tot de uitverkorenen mogen rekenen komen binnen druppelen aan de kop van het van Manenspad, in de omgeving van het rustieke dorpje Tongeren. Er is aan de deelnemers gevraagd vooral op tijd te komen en wanneer het elf uur is en de liefhebbers zijn geteld en als het ware afgevinkt en opgesteld, neemt onze gids het woord, heet een ieder welkom en vertelt beknopt over het te bezoeken terrein. Een waarschuwing is op zijn plaats: door de storm die enkele weken geleden over Nederland raasde kunnen er hier en daar nog afgebroken takken in de boomkruinen hangen en bovendien is er kans op belemmeringen door over het pad liggende bomen. We wandelen zogezegd op eigen risico. Het kan de stemming niet drukken en dan gaat het gezelschap in zuidwestelijke richting en is er als vanouds het gezellige gebabbel tussen oude bekenden en ontvouwen zich hernieuwde kennismakingen, terwijl we door een met Amerikaanse eiken beplante laan het onbekende tegemoet gaan. We laten het Wisselse Veen voor wat het is en slaan rechtsaf. Op naar de Tongerense Heide. Er is regen voorspelt maar het feit doet zich voor dat aan het begin van onze tocht de zon zowaar doorbreekt en alhoewel dan later de bewolking wel enigszins toe lijkt te nemen is er sprake van heel aangenaam weer. Dankzij de overvloedige regenval van de laatste tijd in deze wederom zachte winter staan de vennen op de heide boordevol water. Maar ook op de paden lopen we met regelmaat tegen stevige plassen op en dan gaat het met een kronkelweggetje over hoger terrein verder. Goed schoeisel vereist, dat blijkt wel. Zo nu en dan bereiken we een hoogte, de topografische atlas verhaalt zelfs over de Tongerensche Berg, de Tepelberg en de Gortelse Berg die in dit revier als relicten uit lang vervlogen tijden getuigen van het eerder wild en bijster land, en aan de rand van het naastenbij gelegen Smitsveen doet ons gezelschap zich tegoed aan een magnifiek uitzicht over de lager gelegen heide. Informatieborden vertellen over zonnedauw en ratelaar, wij stellen ons tevreden met het uitzicht en de ruimtelijkheid van deze door vliegdennen belaagde velden. Het is stil in de natuur, de typische verlatenheid van de winter doet zich gelden, de kaalte van het hout, de grauwheid van erica die slechts wordt verlevendigt door brokken vaalgeel pijpenstrootje. En die vrolijk woekerende vliegdennen natuurlijk. We rusten een ogenblik, tijd voor een snee brood en een slok water, staren in de verte en vertellen verhalen. Maar het moet verder, we dalen af en steken de plasdras staande heide door, kruisen een smalle opstand hoogopgaande pijnbomen en zien de volgende ruimte voor ons liggen. We naderen de Gortelseweg maar buigen bijtijds af naar rechts zodat we steeds een blik houden op de glooiende heidevelden.

Aan de noordkant van het al genoemde Smitsveen is rond de laatste eeuwwisseling een stevig aantal hectares ontdaan van opslag en is het herstel van de heide wonderwel geslaagd. We komen de dekking uit en kronkelen omhoog via een smal pad. Eerder vroeg iemand naar de soepstop en informeerde ik of de persoon in kwestie soms honger had en nu ziet het bijna dertig deelnemers tellende roedel een object op een hoge heuvel staan, als een baken van beschaving in een woeste wildernis: de soepwagen! De locatie is voortreffelijk: we kijken uit over een geweldig landschap, een panorama met hier en daar een grove den, een enkele berk, in een overigens strakke deken van struikheide die wordt verlevendigt door blinkende plassen water die we vennen noemen. De soep smaakt voortreffelijk en voor de liefhebbers van wat sterkers is gezorgd met een jachtbittertje terwijl de fakkels de sfeer, voor zover die dat nog niet was, compleet maken. Iedereen slurpt genoeglijk zijn soepje weg en natuurlijk wordt alle afval keurig geborgen. Tijd voor de laatste etappe. Bergafwaarts richting van Manenspad. Aankomst bij het geparkeerde blik, 11 kilometer winterwandeling in de benen. Alsof het zo moet zijn breekt ook nu de zon weer kortstondig door terwijl Olinda een afsluitend woord tot een ieder richt, Jan hartelijk wordt bedankt voor de catering en het voltallige gezelschap een woord van dankbaarheid en waardering aan de organisatie brengt. Tijd om afscheid te nemen, handen te schudden, wel thuis te wensen en wat dies meer zij. Natuurlijk in de stellige overtuiging dat we er volgend jaar weer allemaal bij zullen zijn.