1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42

Raad van State
Afdeling bestuursrechtspraak
Postbus 20019
2500 EA Den Haag                               

Amerongen, 26 december 2015

Beroepschrift

Onderwerp:
Beroepsprocedure betreffende de ingediende zienswijze op het Natura 2000 ontwerp-beheerplan voor de Oostvaardersplassen (gebiedsnummer 078).

Door:
Werkgroep Leefbaar OVP /Vereniging het Edelhert
Oosterdijk 4 7737 PN Stegeren

Betreffende:
De vaststelling door de staatssecretaris van Economische Zaken van het definitieve Natura 2000-beheerplan Oostvaardersplassen.
In de nota van antwoord bij Natura 2000-beheerplan Oostvaardersplassen, oktober 2015 blz. 4 punt 1.4 staat:
Resultaten van de inspraak
Uit de 211 zienswijzen die zijn binnengekomen, blijkt dat er een grote betrokkenheid bij het Natura-2000 gebied de Oostvaardersplassen bestaat. Van deze zienswijzen hebben 191 betrekking op het welzijn van de grote grazers. De indieners van deze zienswijzen geven hiermee blijk van veel zorg omtrent het dierenwelzijn van de edelherten, konikpaarden en heckrunderen.
Echter, het Natura 2000-beheerplan voor de Oostvaardersplassen richt zich op het behalen van de instandhoudingsdoelen voor de 31 aangewezen vogelsoorten. In het Natura 2000-beheerplan worden de grote grazers beschouwd als onderdeel van het natuurlijk systeem voor de Oostvaardersplassen.

Onze stelling is:
De grote grazers zijn niet alleen een onderdeel maar ook het probleem, zo niet het hoofdprobleem, voor het niet behalen van de instandhoudingsdoelen voor de 31 aangewezen vogelsoorten van de Natura 2000-beheerplan.

Onze ingediende zienswijze Natura 2000 heeft daarom niet alleen te maken met het welzijn van de grote grazers, zoals wordt gesuggereerd in de Nota van antwoord bij Natura 2000-beheerplan OVP maar meer op het realiseren van de instandhoudingsdoelen voor de 31 aangewezen vogelsoorten.

Het is zeer discutabel dat bij het opstellen van het Natura 2000-beheerplan door de beheerder/opdrachtgever bepaald kan worden dat in een omrasterde polder van 6000 ha met een moerasdeel en het grazig deel, ecologisch en functioneel gezien één kerngebied, het 2400 ha grazig deel wordt uitgesloten.

In de afgelopen 15 jaar is met het huidige grote grazers beleid een overduidelijke achteruitgang aangetoond van de 31 aangewezen vogelsoorten.
Het besluit in 2010 van het Ministerie van Economische Zaken, als eindverantwoordelijk beheerder en tevens opdrachtgeven, om bij het opstellen van het Natura 2000-conceptbeheerplan de grote grazers en het grazig deel buiten beschouwing te laten is daarom een foutief besluit.

Om die reden tekenen wij als belangenbehartiger van het edelhert en de andere grote grazers beroep aan.

Gevolgen o.a.:
Door deze jarenlange, bewust gekozen, principiële uitsluiting van de grote grazers in dit besluitvormingsproces zijn nu de verkeerde keuzes gemaakt.
Gekozen toekomstig beleid (totale drooglegging van het moerasgedeelte)  is zeer omslachtig, kostbaar en met veel onnodig risico.
Verstoring van het vroeg reactief beheer is groter dan wordt aangegeven.
Er wordt geen enkele rekening gehouden met de maatschappelijke betrokkenheid en onrust over dit al meer dan 10 jaar voortslepende onderwerp.

Argumentatie:

Punt A
In de jaarevaluatie van SBB over de jaren 2014-2015 staat heel duidelijk dat vanaf 1990 een sterke achteruitgang wordt geconstateerd van de meeste broedvogels en de niet-broedvogels genoemd in de Natura 2000-beheerplan. Dit wordt nog eens bevestigd in het huidige Natura 2000-beheerplan zelf en in diverse SOVON rapporten. (2013-30)

In deze periode is het aantal grote grazers van minder dan 500 stuks gegroeid naar ongeveer 5000 dieren eind 2015.
Iedere natuurliefhebber begrijpt dat deze structurele overbegrazing in de zomer maar ook in de winter van 2400 ha polder invloed heeft op de Natura 2000 doelen in het gebied.
Zie het jaarverslag van SBB:

Diverse malen in de afgelopen 4 jaar heeft de Beheer advies Commissie van de OVP aangegeven dat de biodiversiteit in de OVP door de grote grazers fors vermindert is, zelfs in de eindrapportage van de BAC in 2015 wordt expliciet gemeld dat de kwaliteit van de bosgebieden door de grote grazers ook erg achteruit is gegaan.

Alles bij elkaar voldoende bewijs dat de nog steeds groeiende populatie grote grazers ernstige schade veroorzaakt aan begroeiing en biodiversiteit van de OVP waardoor de natuurwaarden en vogelstand sterk negatief wordt beïnvloed.

In het managementplan (blz. 12 Natura 2000-beheerplan) wordt aangegeven dat het realiseren van de Natura 2000-doelstellingen in de Oostvaardersplassen de hoogste prioriteit heeft. Indien het Natura 2000-beheerplan hier aanleiding toe geeft zal het managementplan daarop aangepast worden (Staatsbosbeheer, 2011).
Wat is de werkelijkheid; Een sterke achteruitgang van de 31 aangewezen vogelsoorten, er wordt niet ingegrepen, het managementplan wordt niet aangepast zoals aangekondigd maar een zeer ingrijpend en risicovol plan voor drooglegging van het gehele moeras wordt op tafel gelegd waarbij de gehele OVP op de schop gaat!

In 2010 blijkt het Ministerie van Economische Zaken, eind verantwoordelijk voor de OVP en opdrachtgever voor het opstellen van het Natura 2000 plan te hebben aangegeven dat de grote grazers niet betrokken mochten worden in het opstellen van het conceptbeheer-plan Natura 2000 Oostvaardersplassen.
De keuze van een projectleider en drie van de vier auteurs voor deze opdracht komen uit eigen gelederen. Allen zijn afkomstig van de inmiddels opgeheven Dienst Landelijk Gebied, vallend onder het Ministerie van Economische zaken. De vierde persoon is dhr. F. Vera, de geestelijk vader van het grote grazers experiment OVP. Van hem is logischerwijs geen enkel advies te verwachten over verandering in het beleid betreffende de grote grazers. Vijf lange jaren waren nodig voor dit slechte beheerplan.

Dat de grote grazers niet betrokken mochten worden bij het opstellen van het Natura 2000-beheerplan kwam tot ieders verrassing pas aan het licht in een Natura 2000 voorlichtingsbijeenkomst, georganiseerd door de Provincie Flevoland op 7 mei 2014,
citaat blz. 9 uit het Verslag Informatiebijeenkomst Oostvaardersplassen:
Dhr. Beusekom, oud-directeur van Staatsbosbeheer, vanuit de zaal: er is geen ecologisch argument genoemd om niets aan de begrazing te doen. Het is duidelijk dat de boot hierover wordt afgehouden. Maar dit is wel een kernpunt.
Dhr. Kuil: het is geen onderdeel van de opdracht. Maar kennelijk wil men meer. Niet alleen de dertig soorten van Natura 2000 maar ook landschappelijkheid met de daarbij behorende biodiversiteit. Maar de vogelsoorten die horen bij het grazige deel maken geen onderdeel uit van de opdracht (dhr. Kuil is een van de vier auteurs van het Natura 2000-beheerplan).

Op dit moment werd het de aanwezigen pas duidelijk wat er aan de hand was. Dit citaat geeft wel exact het probleem weer waar iedereen mee worstelt!

In het jaarverslag van SBB is te lezen:

7.2.2 Gebruik moeras door grote herbivoren
In mei 2013 is gestart met het vastleggen van het gebruik van het moeras door de grote herbivoren. Maandelijks voert Staatsbosbeheer vanuit een vliegtuig een telling uit boven het moeras. Op basis van deze tellingen is te zien dat met name edelherten gebruik maakten van het moeras (fig. 7.10). Zij kwamen daar het hele jaar voor, maar de piek lag in maart, april, mei. In de zomerperiode namen de aantallen geleidelijk af waarna ze in december weer toenamen.


De bovenstaande rapportage geeft overduidelijk aan dat de grote grazers, op zoek naar voedsel niet alleen in het grazig deel komen maar ook in het moeras en zo dus weldegelijk van invloed zijn op Natura 2000 gebied. Bij gehele of gedeeltelijke drooglegging wordt dit in de toekomst alleen maar groter! Dus het is echt wegkijken van de werkelijkheid als de invloed van de grote grazers in het moeras wordt verzwegen.

In 2010 was ook de rapportage van de ICMOII evaluatiecommissie waar dhr. Gabor voorzitter van was. In de eindrapportage van 22-11-2010 staat:
Ook dient meer onderzoek naar de effecten van het huidig beheer op de doelen voor Natura 2000 en biodiversiteit in de OVP plaats te vinden.
Dit is niet uitgevoerd, sterker nog; een geadviseerde wetenschappelijke commissie is nooit geïnstalleerd. Dhr. Gabor is wel in 2010 benoemd als voorzitter van de klankbordgroep  Natura 2000-beheerplan OVP!

Punt B
Citaat uit het Natura 2000-beheerplan, blz. 9:

“De Oostvaardersplassen zullen, als kerngebied in de Ecologische Hoofdstructuur, worden ontwikkeld en beheerd als een samenhangend moerasecosysteem waarin spontane natuurlijke processen zich zoveel mogelijk ongestoord kunnen afspelen, waarbij het gebied als habitat voor internationaal belangrijke soorten - in ieder geval voor de prioritaire en aandachtssoorten uit het natuurbeleidsplan (lepelaars, reigerachtigen, steltlopers en ganzen) - behouden blijft.”

Het is onvoorstelbaar dat met bovenstaande doelstelling in gedachte het OVP gebied volgens het Natura 2000-beheerplan totaal op de schop moet. Gedeelten moeten opnieuw worden ingepland, eilanden worden aangelegd, nieuwe geulen worden gegraven, het waterpeil wordt in het hele gebied voor minstens 3 jaar verlaagd, het uitzetten van rivierkreeftjes, Noordse woelmuizen en konijnen wordt overwogen. Ook verdwijnen in deze periode vele Natura 2000 doelsoorten naar andere gebieden. Dit alles alleen omdat de gevolgen van de begrazingsdruk, de afname van biodiversiteit door de duizenden grote grazers in het begrazingsgebied en het drooggelegde moeras door het ministerie wordt verzwegen.

Punt C
Bijlagendocument bij Natura 2000-beheerplan Oostvaardersplassen
Reactief beheer van grote grazers
Reactief beheer van grote grazers bestaat uit het controleren en indien nodig afschieten van grote grazers in het grazige deel. Dit beheer is aangescherpt na het tweede ICMO advies (november 2010). De activiteit vindt jaarrond plaats, in de maanden november, december, maart en april dagelijks. Tijdens de rest van het jaar worden er 2 tot 3 controlerondes per week uitgevoerd en indien nodig vaker. Geschat wordt dat deze activiteit gemiddeld 20 keer per maand plaatsvindt. De activiteiten blijven beperkt tot het
grazige deel, vooral in meer besloten delen (Stort, Beemdlanden), maar soms ook in open delen. Af en toe worden dieren geschoten voor veterinair onderzoek (10 van elke soort). In de maanden waarin bovenstaande activiteiten plaatsvinden, zijn de grote
aantallen ganzen en eenden in het grazige gebied kwetsbaar voor verstoring. De activiteiten worden gedurende een groot aantal dagen per jaar uitgevoerd, maar niet

meer dan éénmaal per dag. De activiteiten vinden vooral met/vanuit een auto plaats, in beginsel via vaste routes, duren kort en bij het afschieten wordt een geluidsdemper gebruikt. Het effect is dat ganzen en eenden gedurende een korte periode uitwijken naar aangrenzende terreindelen binnen het gebied. De aantallen worden niet negatief beïnvloed. De schaal van het gebied, de voorspelbaarheid van een deel van de activiteit (via vaste routes) en de lage frequentie spelen daarbij een belangrijke rol (zie ook paragraaf 4.2.2). Het effect is daarom beoordeeld als een tijdelijke verstoring, zonder effect op het aantal vogels in de Oostvaardersplassen. Er zal geen negatief effect op instandhoudingdoelen van uit gaan (zie Tabel 5.4).

Bij vroeg reactief beheer is het juist de opzet dat dieren die aan het verhongeren zijn geschoten worden. Deze dieren melden zich beslist niet langs de vooraf vastgestelde route maar moeten opgezocht worden door het hele gebied. In werkelijkheid zien we dat bijv. in de maanden, februari, maart en april 2015 over het hele terrein heen (2800 ha) met meerdere auto’s, 7 dagen in de week in een zeer milde winter 1365 dieren geschoten moesten worden. In een strenge winter zijn dit minstens 2000 dieren (gemiddeld 15 tot 22 dieren per dag). Er wordt weliswaar met een geluidsdemper geschoten maar de knal blijft duidelijk ook buiten de OVP te horen, dus ook binnen de OVP. Een gedeelte van de geschoten dieren wordt met een kiepwagen afgevoerd.
Ook hier geeft het Beheerplan niet de weergave van de werkelijkheid.

Punt D
Inspraakprocedure ontwerp Natura 2000-beheerplan punt 1.4, citaat:
Resultaten van de inspraak
Uit de 211 zienswijzen die zijn binnengekomen, blijkt dat er een grote betrokkenheid bij het Natura-2000 gebied de Oostvaardersplassen bestaat. Van deze zienswijzen hebben 191 betrekking op het welzijn van de grote grazers. De indieners van deze zienswijzen geven hiermee blijk van veel zorg omtrent het dierenwelzijn van de edelherten, konikpaarden en heckrunderen. Echter, het Natura 2000-beheerplan voor de Oostvaardersplassen richt zich op het behalen van de instandhoudingsdoelen voor de 31 aangewezen vogelsoorten. In het Natura 2000-beheerplan worden de grote grazers beschouwd als onderdeel van het natuurlijk systeem voor de Oostvaardersplassen.

Het in dit citaat gestelde punt dat 191 zienswijzen betrekking hebben op het welzijn van de grote grazers en worden daarmee afgedaan. De meeste zienswijzen hebben hoofdzakelijk betrekking op de invloed en gevolgen van het gevoerde beleid t.a.v. de grote grazers op het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen.

Het door ICMOII geadviseerde Stakeholdersoverleg met SBB heeft op zich als informatieplatform redelijk gefunctioneerd. Echter, na 4 jaar overleg met SBB hebben 3 van de 5 deelnemende externe partijen van dit overleg, (SWGG, KNMvD en Vereniging het Edelhert) zich naar buiten toe uitgesproken voor een andere beheervorm voor de grote grazers. Hier wordt “gewoon” volledig aan voorbij gegaan, alsof we als stakeholders 4 jaar lang niets hebben gedaan!
Op 22 december 2015 spreekt ook de vierde partij, Vogelbescherming Nederland, zich uit tegen de totale drooglegging van het moerasgedeelte. Het kan toch niet zo zijn dat deze signalen niet worden opgepakt! (zie onderstaand bericht)

Vogelbescherming Nederland
Te grote risico’s Oostvaardersplassen
22-dec-2015 - Met het recent verschenen beheerplan voor de Oostvaardersplassen worden veel te grote risico’s genomen, vindt Vogelbescherming. Het plan wil het hele moerasgedeelte van de Oostvaardersplassen in zijn geheel enkele jaren droogleggen. Daardoor zullen duizenden vogels die afhankelijk zijn van het moeras, tijdelijk elders een plek moeten vinden. Terwijl die plek er niet is.


Samenvattend

Er is naast de Oostvaardersplassen, in geheel Europa, geen natuurgebied van deze afmetingen te vinden waarin in 15 jaar tijd:
de biodiversiteit zo snel is achteruit gegaan
de begroeiing van bomen en struiken verdwenen/vernield zijn
zoveel vogelsoorten verdwenen/verdreven zijn
de verantwoordelijke instantie zelf de regels voor Natura 2000-beheerplan vaststelt
zoveel grote grazers het jaar door, per ha worden gehouden
zoveel grote herbivoren ieder jaar van de honger sterven
in het kader van beheer zoveel verstorende schoten vallen
niet wordt geluisterd naar stakeholders/ belangengroepen

De blijvende lobby voor het behoud van het grote grazers-experiment  van het Ministerie van Economische zaken zal, ook nu het beheer wordt overgedragen aan de Provincie Flevoland, helaas leiden tot aantasting van het unieke OVP moeras gebied, ten koste gaan van de grote grazers en het, in de nabije toekomst, niet behalen van de  instandhoudingsdoelen voor de 31 aangewezen vogel-soorten.

Wij verzoeken u daarom het besluit, waarbij het beheerplan is vastgesteld, nietig te verklaren.

Wij zijn natuurlijk altijd bereid het e.a. toe te lichten.

Hoogachtend,
J.H.M. Linthorst
Voorzitter Vereniging het Edelhert
lid Werkgroep Leefbaar OVP