1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9

Wat kan dat betekenen voor het edel- en damhert.....?

De komst van wolf en lynx in ons land is de laatste jaren met enige regelmaat onderwerp van gesprek. Dan is er weer een lynx gezien in Zuid-Limburg, even later een, vermeende, wolf nabij de Veluwe. Het lijkt er hoe dan ook op dat we bezoek gaan krijgen van beide soorten. Wanneer precies en in welke aantallen is nu nog louter gissen. En ook of ze dan zullen blijven of even snel weer zullen verdwijnen als ze gekomen zijn. En wat voor effect gaan ze hebben op onze natuur, en .... op ons, mensen?
Wolven
Het verspreidingsgebied van de wolf in West-Europa groeit en ook Nederland komt binnen bereik van de eerste zwervende exemplaren. Dat is iets wat we ons enkele decennia geleden niet hadden kunnen voorstellen. Een enkeling durfde er in een ‘Natuurvisie’ wel gewag van te maken; Harm van de Veen was zo iemand. Maar tot de verbeelding sprekende soorten als bever, otter, zeearend en kraanvogel zijn er ondertussen ook weer, ook al wordt Nederland steeds voller en drukker. Dus de vraag rijst: komen de wolven mettertijd ook naar Nederland en zo ja, wat zal er dan gebeuren? De ervaringen in Duitsland leren dat wolven in cultuurlandschappen naast mensen kunnen leven. En ook dat wolven over grote afstanden kunnen zwerven en zich weinig aantrekken van barrières als wegen en kanalen, laat staan landsgrenzen. Dezelfde ervaringen, dat wolven zich meer en dichter bij de mensen gaan ophouden, zijn in de Verenigde Staten opgedaan (Thiel et al., 1998).
Inmiddels zit er een kleine populatie wolven in het oosten van Duitsland. Samen met Poolse populaties levert dat jaarlijks een klein aanbod aan zwervende, jong volwassen dieren. Jonge wolven op zoek naar een eigen leefgebied en een geschikte
partner. Deze dieren kunnen in principe de ruim 500 km tot aan de Nederlandse grens eenvoudig overbruggen, zoals de kolonisatie van Zuid Zweden vanuit Rusland over meer dan 1000 km (!) heeft aangetoond. Inmiddels komen er jaarlijks meer (solitaire) wolven in Midden Duitsland, die zich her en der ook permanent vestigen.
Dat ze dus in Nederland gaan opduiken lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn. Maar dan? Wordt het een gelegenheidsbezoekje of zullen wolven zich in ons landje gaan vestigen? En wat betekent dat voor hun prooidieren, in het bijzonder voor onze aandachtssoorten: het edelhert en het damhert.

Voedsel
Een wolf in het wild eet circa 4 tot 9 kg vlees per dag en bemachtigt elke 3 tot 7 dagen een verse prooi. Wolven jagen op hoefdieren, van ree tot eland of wisent, maar ook op knaagdieren (muizen, hazen en bevers). Wolven specialiseren zich vaak en jagen dan vooral op één of enkele algemene prooisoorten, die relatief gemakkelijk te vangen zijn en relatief veel voedsel bieden. In Oost-Duitsland zijn dit reeën, in Zuid-Zweden jonge elanden en edelherten in Oost-Polen en Roemenië. In Zuid-Europa is een gebrek aan wilde prooidieren en daardoor worden in die landen relatief veel schapen en geiten gegeten door wolven. Van grote prooidieren worden vooral oude, zieke, zwakke of jonge, onervaren dieren gevangen. Reeën vormen de voornaamste voedselbron van de wolven in Duitsland. In tegenstelling tot de wolven in bijvoorbeeld Polen, jagen de Duitse wolven solitair. Uit mestonderzoek is gebleken dat in 66% van de keutels sporen van ree gevonden zijn, gevolgd door wild zwijn (in 36% van de keutels ), edelhert (32%), haas (8%) en kleinere knaagdieren (3%). Slechts in 0,6% van de keutels zijn sporen gevonden van kleinvee, vooral schapen.

Effecten op ‘onze’ edel- en damherten

Vraag is wat nu de effecten van wolven op onze populaties edel- en damherten zijn. Okarma (2000) stelt in zijn zeer lezenswaardige boek dat prooidieren op verschillende manieren (kunnen) reageren:
1.    Geurherkenning.
2.    Groepsvorming: grotere winterroedels bij edelherten 
in gebieden waar wolven voorkomen, vergeleken met gebieden waar geen wolven zijn. Hetzelfde is bij wilde zwijnen waargenomen. In Noord-Amerika vormen witstaat herten in de winter groepen die zich in een klein gebied ophouden. In dat gebied slijten ze een uitgebreid padennet in de sneeuw uit. Omdat ze deze ‘infrastructuur’ erg goed kennen, zijn ze in het voordeel bij achtervolging door wolven.
3.    Migratie (verplaatsing naar de rand van wolventerritorium of juist naar overlappend gebied van territoria). Onderzoek bij wederom witstaat herten leerde dat dieren die zich
in het overlapgebied van territoria van twee wolvenpacks ophouden, de grootste kans hebben om te overleven. Wolven jagen bij voorkeur in het centrum van hun territorium.
4.    Wegtrekken naar veilige (werp)plekken: bij kariboes
is vastgesteld dat drachtige wijfjes naar veilige, afgelegen gebieden trekken om hun jongen te werpen. Dit zou kunnen betekenen dat het in ons land als plaatstrouw
aan de geboortegrond gekarakteriseerde gedrag van hinden zal gaan veranderen, en dat ze meer gaan migreren (vanaf de Veluwe naar de poortgebieden? of zelfs daarbuiten?). Een en ander natuurlijk afhankelijk van waar de grenzen van de wolventerritoria zullen liggen in ons land.
Verwacht mag worden dat de herten, vergelijkbaar met het gedrag van prooidieren in actuele wolfleefgebieden, vaak de relatieve veiligheid van menselijke bewoning zullen kiezen omdat de predator daar veelal niet durft te komen. (Maar ook daaraan lijken wolven zich te gaan aanpassen, zoals bijvoorbeeld in de plaats Brasov in de Roemeense Karpaten is gebleken). Hierin kan dan weer een bron liggen voor overlast door herten door aantasting van menselijke belangen (verkeer, landbouwschade).
Bij acute dreiging zijn er nog maar 2 verdedigingstactieken:
5.    Vluchten; de belangrijkste verdediging van hertensoorten 
is een combinatie van voortdurende waakzaamheid, het vermogen om wolven al van verre waar te nemen, en
te vluchten voordat wolven tot de aanval overgaan. Met uitzondering van de geweidragers in de kracht van hun leven is een door wolven dicht benaderd prooidier vrijwel kansloos.
6.    Actieve verdediging; grote, sterke dieren verdedigen zich actief. Volgroeide wilde zwijnen doen dit met succes en zijn vaak zelfs zo’n geduchte tegenstander dat wolven afzien van een aanval. Ook de grote geweidragers kunnen zich met succes tegen wolven verdedigen.
Door predatie neemt vaak niet de dichtheid, maar wel de zichtbaarheid van de prooidieren sterk af. Het in Nederland zo sterk nagestreefd zichtbare rood- en damwild is daarom helemaal zo natuurlijk niet als het lijkt. Dus als de wolf komt, dan is het maar de vraag of de toerist, of de wildspotter, daar wel blij van wordt.

Leefgebieden in Nederland?
Volgens Free Nature / Stichting Ark zijn er in Nederland wel geschikte gebieden voor de wolf te benoemen (verslag workshop Wolven in Nederland, 2009). Bijvoorbeeld de Amsterdamse Waterleidingduinen met circa 700 damherten en 200 reeën biedt voldoende voedsel aan een roedel van 5 volwassen wolven. Samen met de omliggende gebieden en de voorspelde populatieontwikkeling bij met name het damhert, geeft dit in de nabije toekomst ruimte aan 11 tot 19 wolven, mogelijk in meerdere roedels. Op de Veluwe biedt een populatie van 6000 wilde zwijnen en 2600 edelherten voedsel aan 140 wolven en ruimte aan zeker 5 roedels. Ook de Oostvaardersplassen kan met zijn grote aantallen prooidieren een populatie van vele tientallen wolven ondersteunen, waarbij ook hier gebiedsuitbreidingen gepland zijn en er dus in de toekomst meer ruimte voor een predator komt. Verder moeten we niet vergeten dat verspreid over heel Nederland in natuurgebieden en cultuurland zo’n 60.000 – 100.000 reeën voorkomen. Ook die vormen een prima basis voor wolven om te leven. Per 2000 reeën is er ruimte voor een roedel wolven. Ook in ons cultuurlandschap en in kleinere natuurgebieden kunnen dus wolven overleven. Die bieden voldoende voedsel aan rondtrekkende , solitaire wolven om van het ene naar het andere geschikte gebied te komen en hebben lokaal zelfs voldoende voedsel voor wolventerritoria, aldus Stichting Ark/ Free Nature.
Volgens Geert Groot Bruinderink gaat de wolf zeker komen (Kleis, 2012). Die verwachting is gebaseerd op het tempo waarmee de wolf sinds 2000 vanuit het oosten onze kant uit komt. Inmiddels zijn ze onze grens tot op circa 300 km genaderd. En als ze hun opmars onverminderd voortzetten (de laatste jaren circa 50 km/jaar), dan zouden ze met een jaar of 6 aan onze grens staan. Maar komen doen ze! Of de wolf vervolgens ook blijft, is een andere vraag. Als hij dat doet, dan verwacht Groot Bruinderink dat niet eens zozeer op de Veluwe , maar meer in de grensstreken. Op basis van modelberekeningen door onderzoeksinstituut Alterra is de verwachting dat een aantal van circa 50 wolven in Nederland realistisch is. Maar, zo stelt Groot Bruinderink, het uiteindelijke aantal wolven zal wellicht niet zozeer bepaald worden door de hoeveelheid voedsel (dat is er in overvloed), maar vooral door de tolerantie van de mens.

Beschouwingen over het aantal Wolven in Nederland op juiste aannames gebaseerd?
Met de laatste zin uit de vorige alinea raken we wellicht de kern van de zaak! Wolven in Noorwegen verorberen vooral elanden, maar ook aanzienlijk veel honden en schapen. Deze zijn namelijk een veel gemakkelijker prooi. Als we dat doorvertalen naar Nederland, dan zijn er wellicht niet eens zoveel problemen voor de wilde hoefdieren in Nederland te verwachten, maar mogelijk wel voor onze landbouwhuisdieren en voor ons favoriete huisdier: de hond!
De vaak aangehaalde stelling dat het aantal prooidieren het aantal predatoren bepaalt is juist voor natuurlijke gebieden, maar is duidelijk achterhaald voor intensief door de mens gebruikte gebieden, zoals je ons land wel mag bestempelen. In dergelijke gebieden zijn de door de mens ‘beschikbaar’ gestelde bronnen (lees: honden, katten, schapen, vuilnis, landbouwproducten) vaak de beperkende factor gebleken, en niet de van nature aanwezige prooidieren. Een daaraan gelieerd fenomeen, dat menig soort inmiddels over het randje heeft weten te drukken is de zogenoemde ‘hyperpredatie’: een predatiedruk die niet is ingegeven door de aantallen prooidieren, maar door een schier oneindige toevloed van voedsel, al dan niet welwillend ter beschikking gesteld door de mens. Nederland is nu eenmaal een sprekend voorbeeld van een dergelijke situatie. En dus moet bij beschouwingen over het aantal mogelijke predators en geschikte leefgebieden, de focus wellicht veel meer verlegd worden van onze grote natuurgebieden naar juist de landbouwgebieden, en misschien ook wel naar de stedelijke agglomeraties. Hoe dan ook: de beperkende invloed van het aantal ‘wilde’ prooidieren op de predatoraantallen in Nederland lijkt geen houdbaar argument te zijn.
Of we blijvend wolven zullen krijgen in Nederland is sterk te betwijfelen. Vaak wordt een vergelijking gemaakt met Duitsland en Polen, maar de bevolkingsdruk is daar vaak veel meer beperkt tot stedelijke agglomeraties dan die in Nederland. In Nederland leven de mensen dichter opeen maar tegelijkertijd ook meer verspreid over het landelijk gebied dan in voornoemde landen. De Vereniging verwacht dan ook dat er dan vast wel eens een wolf de grens zal oversteken, maar daarna vaak het loodje zal leggen vanwege het verkeer ,of weer terug migreert omdat het hem/haar te druk is. Dit was overigens ook de mening van Jan van Haaften die al eerder over de wolf in Nederland heeft geschreven (o.a. Jan van Haaften, 2008) en die ik in het kader van mijn wolvenreis naar Roemenië in februari 2012 daarover nog heb kunnen spreken en schrijven. Van Haaften merkt op in zijn artikel in Zoogdier (2008): ‘in landen waar men nog steeds gewend is met de wolf samen te leven, ondervindt men over het algemeen weinig problemen met deze dieren. Maar dat is anders in landen waar de wolf lang is weggeweest.’ En vervolgens haalt Van Haaften de problemen aan in Zwitserland waar wolven vanuit Italië zijn teruggekeerd.
Ook de door velen als ‘Roodkapje syndroom’ aangeduide angst van de mens voor wolven wordt even zo vaak teniet gedaan door opmerkingen als: “er nog nooit een mens is aangevallen, laat staan opgegeten door een wolf”. In Amerika en Rusland heeft men daar toch andere ervaringen mee , al zijn dergelijke aanvallen natuurlijk nog steeds geen ‘regel’ (gelukkig maar). Kijk bijvoorbeeld op: http://en.wikipedia.org/wiki/Wolf_ attacks_on_humans


En hoe zit het dan met die andere predator, de lynx?
De komst van de lynx lijkt momenteel waarschijnlijker dan de komst van de wolf. Lynxen houden zich momenteel al dichter bij de Nederlandse grens op dan wolven. In de Eiffel en in Hoge Venen komen al lynxen voor. Mogelijk is dat ook de ‘bron’ geweest is voor de waarnemingen in Zuid-Limburg. Ook in verschillende gebieden in de Duitse deelstaat Nordrhein- Westfalen (NRW) zijn recentelijk lynxen waargenomen: het Arnsberger Wald, Teutoburger Wald en Mariënmunster. Al met al zijn er in NRW 22 zekere waarnemingen en een nog groter aantal onbevestigde waarnemingen van lynxen in de periode 1985-2010 (Hucht-Ciorga & Kaiser, 2011).

Lynx in Beieren in gevangenschap

Als het gaat om edel- en damhert, dan is de ‘impact’ daarop door de lynx anders dan door zijn grote broer de wolf. Een lynx predeert nauwelijks herten, maar jaagt veel meer op reeën en andere kleine zoogdieren. Ook schapen vormen een gewilde prooi. Zo optimistisch als Stichting Ark & Free Nature over de leefruimte voor de wolf in Nederland is, zo sceptisch is Mulder (1992) in zijn rapportage voor de Vereniging Natuurmonumenten over de ruimte voor de lynx in Nederland. Zelfs de Veluwe, zo stelt hij, is te klein en te doorsneden om op langere termijn een populatie lynxen in stand te kunnen houden. Maar dat kan anders worden als de doorsnijding opgeheven wordt en er internationale ecologische verbindingen tot stand zijn gebracht. Na 1992 zijn er natuurlijk al de nodige maatregelen voor ontsnippering op de Veluwe uitgevoerd, en aan de EHS is sinds 1992 ook nog flink gewerkt, ook al zijn de robuuste verbindingen door recent politiek afbraakbeleid in het slop geraakt. Het huidige kabinet lijkt daar evenwel toch weer energie in te willen steken.
Lynxen leven in Midden Europa in paartjes en hebben dan een leefgebied van circa 250 km2 (25.000 ha). Dat zou dus ongeveer 4 paartjes op de Veluwe kunnen betekenen.....
Voor de lynx geldt, net als voor de wolf, dat het uiteindelijke aantal wolven niet zozeer bepaald zal worden door de hoeveelheid (natuurlijk) voedsel, want dat is er in overvloed, maar vooral door de tolerantie van mensen. Daarbij is wel duidelijk dat de menselijke interacties met lynxen geringer en van andere aard zijn dan met de wolf.
Wolven ‘spotten’ bij -20 graden Celsius in de Karpaten, Roemenië, 2011

Tot slot
Mochten wolven en/of lynxen komen en zich willen vestigen in Nederland, dan is dat vanuit natuurbehoud oogpunt toe te juichen: we missen momenteel top predators in onze ecosystemen. De vraag is dus alleen of onze nieuwe top predators zich wel gaan ophouden in die gebieden waar wij ze het liefst zouden wensen.
De komst van de wolf, en van de lynx waarschijnlijk in mindere mate, zal er wel toe leiden dat edel- en damhert ander gedrag zullen gaan vertonen. Enerzijds kan dat positief zijn: ze zullen zich mogelijk meer op de open gebieden (heides) gaan ophouden om zo de predators eerder aan te kunnen zien komen. Anderzijds zullen in die gebieden waar de predator zich op dat moment ophoudt de dieren mogelijk (tijdelijk?) schuw zijn. Maar eerlijk gezegd weten we dat niet precies en geven de verschillende studies die er zijn ook allemaal andere (gebiedsafhankelijke) uitkomsten. Voorlopig is het gissen naar de werkelijke effecten, ook op onze (landbouw)huisdieren en op onszelf. Als het zover is, zullen we het weten!
Afsluitend: tijdens mijn verblijf in Roemenië heb ik David Quammens ‘Monster van God’ gelezen; een boek over de verhouding tussen mensen en verschillende predators door de eeuwen heen. Een aanrader voor mensen die daar eens meer over willen lezen (helaas alleen nog tweedehands te verkrijgen).

Overname uit "Het Edelhert" Voorjaar 2013
Gebruikte bronnen:
- http://en.wikipedia.org/wiki/Wolf_attacks_on_humans
- Wolven terug in Nederland? (Jan van Haaften, in Zoogdier
nr. 4, 2008)
- Tolerance by Denning Wolves tot Human Disturbance
(Thiel, R.P., S. Merrill & L.D. Mech, 1998)
- Wolven in de Wildernis (Dick Dekker, 1998)
- De Wolf; Europese Wildernis, deel 1 (Okarma, 2000)