1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8

Evaluatie door VhE/Werkgroep Leefbaar OVP
over monitoring Oostvaardersplassen
periode 1 mei 2014 t/m 30 april 2015

De monitoring 2014-2015 valt nog in de tijd dat het stakeholdersoverleg OVP functioneerde.
Dat is de reden dat wij als VhE reageren en dit binnen het stakeholdersoverleg ook verspreiden.

2.1
In totaal is er vanaf 2011 tot en met voorjaar 2015 ca 30 ha aan bomen en struiken in het Oostvaardersbos, de Driehoek, Kotterbos en in een strook langs het spoor aangeplant (Tabel 2.1).
Vraag: Hoeveel ha bomen en struiken zijn er sinds 1990 verdwenen?

2.1
Onderzoeken, blz 10
Marit Bogert (Universiteit Utrecht) heeft een literatuurstudie verricht naar factoren die de geslachtsverhouding bij in het wild levende herbivoren bepalen en welke effecten dat kan hebben op de populatiedynamiek.
Najoua Ryane (Universiteit Utrecht) heeft een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van Jakobskruiskruid op de graslanden in de Oostvaardersplassen.  
Lisa Freitag (Universiteit Utrecht) heeft een literatuurstudie verricht naar de ecologie van Jakobskruiskruid en heeft een advies gegeven voor verder onderzoek naar Jakobskruiskruid in de Oostvaardersplassen
Vraag: Waarom staan de resultaten niet in het monitoring verslag? Graag ontvangen we de resultaten en conclusies van deze onderzoeken.

4.
Weer
De herfst was net als de lente de op een na zachtste sinds 1706. De winter van 2014/2015 was buitengewoon zacht (Fig.4.1). Vooral december en januari waren zacht en februari week niet veel af van het langjarig gemiddelde.
Conclusie: samen met het seizoen 2013-2014 kan deze winter geen noemenswaardige negatieve weersinvloeden hebben gehad voor de grote grazers!

5.1 Structuur graslanden
Op blz.14 wordt (opnieuw) slechts zeer summiere informatie gegeven over de vegetatieontwikkeling. De gegevens in de grafieken geven geen goed beeld van de vegetatieontwikkeling en vooral geen informatie over de ontwikkeling van de biomassaproductie over een periode van b.v. 10 jaar. Wij vermoeden een daling van de voedselproductie voor de grote grazers in de afgelopen jaren. Dit komt ook doordat op de oostelijke graslandkavels een invasie met Jakobskruiskruid heeft plaatsgevonden, Waar Jacobskruid staat kan ook geen gras groeien, dit verergert ook de voedselschaarste. Ook zijn er gebieden ingerasterd met de nieuwe aanplant dus onbereikbaar voor de grote grazers.
Vraag: Hoeveel ha is er ingerasterd voor nieuwe aanplant (30 ha ?) en hoeveel ha beslaat het jacobskruiskruid?

6.2.2 Overige vogels randzone
Op basis van de Punt-Transect-Telling die in de randzone wordt uitgevoerd is te zien dat er in het algemeen een afname is van de vogeldiversiteit (Fig. 6.14). Deze wordt veroorzaakt door een afname van het aantal vogelsoorten dat afhankelijk is van riet-ruigte-struweel. Dit type is in de afgelopen jaren verdwenen uit de randzone onder invloed van de begrazing.
Conclusie: De begrazing heeft dus alles te maken met afname van biodiversiteit en vogeldiversiteit in de randzone.

Natura 2000-beheerplan Oostvaardersplassen blz. 8
Perspectief voor het behalen van instandhoudingsdoelen. Met voortzetting van het huidige beheer worden de instandhoudingsdoelen voor 19 tot 23 vogelsoorten op termijn niet gehaald. De ecologische vereisten voor een goede staat van instandhouding van de Natura 2000-soorten, worden niet voldoende vervuld, doordat een aantal sleutelfactoren/processen in de Oostvaardersplassen niet op orde is.
In het Natura 2000 beheerplan staat klip en klaar dat de instandhoudingsdoelen niet worden gehaald. Waarom wordt bij het aangeven van het niet op orde zijn van sleutelfactoren/processen de in het managementplan genoemde grote grazers buitengesloten als sleutelfactor?

7.1 Grote herbivoren
Hoewel de winter van 2014-2015 door het KNMI als bijzonder zacht is gekarakteriseerd, zijn er meer dieren gestorven dan de voorgaande winter die ook als bijzonder zacht werd beschreven. De sterfte was dus hoger dan op basis van het weer werd verwacht. De relatieve sterfte kwam meer overeen met de voorgaande vijf winters die als normaal te boek staan. Een mogelijke verklaring is dat als gevolg van de bijzonder zachte winter van 2013-2014 meer dieren overleefden, waaronder ook veel zwakkere dieren, de reproductie als gevolg van de hogere overleving ook hoger was, vrouwelijke dieren met een mindere conditie een jong kregen die op hun beurt ook minder krachtig waren. Deze drie zaken zorgden er mogelijk (gezamenlijk) voor dat er in relatie tot het voedselaanbod veel dieren aanwezig waren waardoor een deel in een mindere conditie aan de winter van 2014-2015 moest beginnen.
Conclusie:
Na een zeer zachte winter van 2013-2014 met een laag sterftecijfer was de mooie zomer van 2014 bij lange na niet voldoende om de populatie grote grazers behoorlijk te laten aansterken om de winter van 2014-2015 in te laten gaan. Dit is een nieuw gegeven! 1374 dieren hebben in deze ook zeer zachte winter van 2014-2015 met conditiescore 6 het loodje gelegd. Is dit niet het bewijs van een voortdurend voedselgebrek zelfs nu ook in de zomer? Teveel dieren op een te kleine oppervlakte het jaar rond?

Er wordt ook nu geen uitleg gegeven waarom er in febr. maart en april 2015 350 konikpaarden moesten sterven, dit van de totale wintersterfte van 362 konikpaarden? Een extreem hoog sterftecijfer in drie maand in vergelijking zelfs met een erg strenge winter. Wat is de oorzaak? Is er sectie verricht op een aantal paarden? Heeft het iets te maken met het Jakobskruiskruid?

Dat de geslachtsverhouding bij de herten volledig scheef loopt is een bekend feit. Op de 2200 vrouwelijke dieren zijn er 110 mannelijke herten die aan de bronst deel kunnen nemen. Met het gegeven dat de bronst in de OVP steeds verder richting winter verschuift zal het aantal bronst-herten die al sterk vermagerd zijn door de bronst en niet meer aan kunnen aansterken, in de winter het loodje leggen. Straks heeft Flevoland een Nationaal Park maar zonder een noemenswaardige bronst!
Wat zegt het afgeronde onderzoek van Marit Bogert (Universiteit Utrecht)  hierover?

tabel 7.1.5 Ataxie
We nemen aan dat het uitzonderlijk hoge aantal herten, 55 dieren in een winter dat afgeschoten moest worden wegens Ataxie verder onderzocht zijn. Ataxie kan door kopergebrek, degeneratie en/of vergiftiging door b.v. Toxische stoffen waardoor het zenuwstelsel wordt beschadigd.
Vraag: Wat was bij deze 55 dieren de oorzaak? Kan er een verband zijn met de explosieve groei van het jacobskruiskruid in combinatie met permanente voedselschaarste in de winter?

7.2.2 Gebruik moeras  
Dat er regelmatig steeds meer herten in het moeras zijn is overduidelijk. Deze worden waargenomen, dood gevonden en er lopen grote wissels door het moeras, blijkbaar toch een broodnodige voedselbron.
Vraag: Heeft SBB al een oplossing bedacht om de herten, bij de mogelijk toekomstige drooglegging van het moeras, buiten de moeraszone te houden?

8 Recreatie en communicatie
Het Stakeholdersoverleg is ingesteld op advies van de ICMOII commissie om een platform van belanghebbenden in te stellen om de maatschappelijke betrokkenheid bij het beheer van de grote grazers te vergroten! Dit overleg heeft in juni 2015, na 4 jaar geregelde informatieuitwisseling met SBB haar laatste vergadering gehouden. Dit overleg was o.i. over het algemeen nuttig een voldeed aan haar doelstelling . Maar blijkbaar was het niet voldoende belangrijk om dit in de evaluatie van 2014-2015 te memoreren.
Conclusie: Mogelijk ligt de oorzaak in het feit dat gedurende de zittingsperiode 4 van de 6 deelnemende, externe partijen een verandering van beleid nastreven.

24 februari 2016

Jozef H.M. Linthorst
Voorzitter Vereniging het Edelhert
Lid Werkgroep Leefbaar OVP
06 30447359